Oldtimers nieuwe regels update 27 september 2013
.......................................................................................................................................................................

Hoe zit het nu met al dat gezeur met die oldtimers wij helpen u

Tot 26 jaar volle mep wegenbelasting.

Van 26 tot 40 jaar op gas of diesel volle mep wegenbelasting.

Van 26 tot 40 jaar op benzine maximaal 120 euro wegenbelasting en van de weg in de maanden Dec,Jan,Febr (schorsen hoeft niet in deze periode).

Ouder dan 40 jaar alle brandstoffen vrij van wegenbelasting wel in de maanden Dec,Jan,Feb van de weg (schorsen hoeft niet).

Dit gaat in vanaf December 2014 ,.

Dec 2014 en Jan,Feb 2015 moet de auto van de openbare weg.

Wij hopen u hiermee geholpen te hebben mvg Directie Taxi Dennis Hoorn

 

kijk ook eens hier

http://www.vrijstellingoldtimer.nl/

 

 

 

 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

Op Prinsjesdag 2013 kwam er duidelijkheid met betrekking tot de wegenbelasting voor oldtimers. De gemiddelde oldtimerliefhebber wordt daar niet vrolijk van. De eerder dit jaar voorgestelde oldtimerregeling wordt namelijk definitief gehandhaafd, waardoor veel oldtimerbezitters noodgedwongen afstand zullen gaan doen van ons cultureel rijdend erfgoed. 

Nieuwe regeling wegenbelasting voor oldtimers

Het “40-jaar compromis” is in ongewijzigde vorm overgenomen in het belastingplan 2014.
Vanaf 2014 blijven de bezitters van een oldtimer van 40 jaar of ouder vrijgesteld van wegenbelasting. De bezitter van een oldtimer van 26 tot 40 jaar krijgt het echter behoorlijk voor de kiezen;

  • Is de oldtimer op 1 januari 2014 26 tot 40 jaar oud en rijdt deze op diesel of LPG dan moet men –vanwege het milieu aspect- de volledige wegenbelasting betalen.
  • Is de oldtimer op 1 januari 2014 26 tot 40 jaar oud en rijdt deze op benzine, dan komt men in aanmerking voor een overgangsregeling. Deze houdt in dat er “slechts” een kwarttarief (25% van de jaarlijkse wegenbelasting) per jaar, met een maximum van 120 euro, betaald dient te worden.  Van deze regeling kan echter uitsluitend gebruik gemaakt worden, indien de oldtimer een kwartaal (december, januari en februari) niet op de openbare weg komt. Men mag in die periode dus niet met de oldtimer op de openbare weg rijden, maar de oldtimer mag óók niet op de openbare weg worden geparkeerd en moet dan dus verplicht worden gestald. Gebeurt dat niet, dan is de oldtimerbezitter alsnog gehouden het volledige wegenbelastingtarief te betalen, alsmede een verzuimboete van maximaal 4920 euro.
    En omdat het kwarttarief al zo’n “gunstige” regeling betreft, wordt er in het geval van import, export, tussentijdse verkoop of sloop geen teruggaaf van de teveel betaalde belasting verleend. 

Elk laatste kwartaal van het jaar zal de belastingdienst de houder van een in aanmerking komende oldtimer benaderen met de vraag of deze gebruik wenst te maken van de regeling.

Brandstofaccijnzen

Op Prinsjesdag werd eveneens zonder enige schroom aangekondigd, dat ook de accijnzen op de brandstof fors omhoog gaan. Los van de jaarlijkse inflatiecorrectie gaat de accijns op diesel met 3 cent per liter omhoog en stijgt de accijns op LPG met 7 cent per liter. De rijders op “groen” gas ontvangen een paar jaar een geringe accijnskorting. Over het feit dat de prijs van een liter benzine tussen 2002 en 2012 al met maar liefst 54% is gestegen wordt niet gerept.

Kostenstijging voor de oldtimerbezitter rijst de pan uit

Volgens VWE (Voertuiginformatie en –documentatie) wordt bijna 70% van de Nederlandse oldtimers getroffen door de aangekondigde belastingmaatregelen.

Hieronder volgt een rekenvoorbeeld waarin de huidige en nieuwe belastingregeling met elkaar worden vergeleken. Aangezien 1 op de 4 oldtimers een Mercedes-Benz betreft, hebben wij in ons rekenvoorbeeld ook een Mercedes genomen.

Motorrijtuigenbelasting (MRB)
-Mercedes-Benz 200 (B/D/LPG)
-Personenauto
-Gewicht 1151 t/m 1250 kg
-Provincie Utrecht

 

MRB 2014 MRB oude   regeling Verhoging
BENZINE
Oldtimer 25 jaar Geen overgangsregeling* € 556,00 € 0,00 € 556,00
Oldtimer 25 jaar Overgangsregeling € 120,00 € 0,00 € 120,00
Oldtimer 35 jaar Geen overgangsregeling € 556,00 € 0,00 € 556,00
Oldtimer 35 jaar Overgangsregeling € 120,00 € 0,00 € 120,00
Oldtimer 50 jaar Ongewijzigd/vrijgesteld €     0,00 € 0,00 € 0,00

 

MRB 2014 MRB oude   regeling Verhoging
DIESEL
Oldtimer 25 jaar  Volledig tarief € 1160,00 € 0,00 € 1160,00
Oldtimer 35 jaar  Volledig tarief € 1160,00 € 0,00 € 1160,00
Oldtimer 50 jaar Ongewijzigd/Vrijgesteld €       0,00 € 0,00 €        0,00

 

MRB 2014 MRB oude   regeling Verhoging
LPG
Oldtimer 25 jaar  Volledig tarief € 1232,00 € 0,00 € 1232,00
Oldtimer 35 jaar  Volledig tarief € 1232,00 € 0,00 € 1232,00
Oldtimer 50 jaar  Ongewijzigd/Vrijgesteld €       0,00 € 0,00 €        0,00

 

*Overgangsregeling: oldtimers die op 1 januari tussen de 26 en 40 jaar oud zijn en rijden op benzine, komen in aanmerking voor een kwarttarief met een maximum van € 120,00. Voorwaarde is dan wel, dat er in december, januari en februari geen gebruik wordt gemaakt van de openbare weg. De overgangsregeling geldt niet voor voertuigen die rijden op LPG en Diesel. 

Raad van State geeft een dikke onvoldoende

De Raad van State acht de oldtimerregeling zoals deze dit voorjaar werd overeengekomen onduidelijk, veel te gecompliceerd en niet uitvoerbaar. Het politieke orgaan vindt daarom ook dat de regeling moet worden herzien. Dat benzineauto’s van 26 tot 40 jaar met de overgangsregeling een kwartaal niet mogen rijden, acht de Raad van State nauwelijks controleerbaar.
Ook het milieu argument aangaande de oldtimers op diesel en LPG is nauwelijks te controleren en daardoor niet uitvoerbaar. Het “40-jaar compromis” is verder inconsequent en strookt niet met de eerdere opvattingen van Staatssecretaris Frans Weekers; in een Kamerdebat werd immers aangegeven dat hij geenszins van plan was aparte regels te creëren voor specifieke groepen oldtimerbezitters. Dit staat echter haaks op de huidige oldtimerregeling. De Raad van State vindt dan ook dat de oldtimerregeling op de schop moet.

Vrijstellingoldtimer.nl
De organisatie vrijstellingoldtimer.nl heeft zich al eerder namens de oldtimerbezitters met succes ingezet tegen onrechtvaardig en ongemotiveerd overheidsbeleid. Ook nu legt het team van Vrijstelling Oldtimer zich niet neer bij het “40 –jaar compromis”. Juridisch achten zij het voorstel niet waterdicht. Daarbij komt, dat de regeling niet eerder dan in 2015 zou worden geëvalueerd (het Amendement Van Vliet), dus waarom dat nu al wel is gebeurd, is een groot raadsel.

Wat houdt het Amendement Van Vliet in?

Dit voorzag per 1 januari 2012 in de volgende maatregelen:

  • Vrijstellingsleeftijd verhoogd van 25 naar 30 jaar
  • Bestaande gevallen (bouwjaar 1986 en ouder) zijn op die datum 25 jaar of ouder en blijven volledig vrijgesteld
  • Overgangsregeling voor voertuigen met een bouwjaar van 1987 t/m 1990.

De vrijstellingsleeftijd verschuift voor deze bouwjaren tussen 2012 en 2019 geleidelijk van 26 jaar naar 29 jaar.

  • Voor voertuigen met een bouwjaar van 1987 of later geldt de vrijstelling alleen voor het basisbedrag en de provinciale opcenten (concreet: brandstoftoeslag voor auto’s op lpg en diesel, niet voor auto’s op benzine)
  • In 2015 vindt een weging plaats over het beleid dat met dit amendement wordt ingezet

ANWB heeft zich gemengd in de strijd

Ook de ANWB heeft zich gemengd in de strijd. De ANWB heeft alle lastenverzwaringen bij elkaar opgeteld en  komt tot de conclusie dat de automobilist volgend jaar voor 1 miljard extra aan inkomsten zorgt. Een niet gering bedrag dat voor een groot deel afkomstig gaat zijn van de oldtimerrijder die op meerdere fronten te maken krijgt met de lastenverzwaringen.

BOVAG en RAI Vereniging

Dat de overheid al meer dan voldoende verdient aan de automobilist blijkt uit de nieuwste editie van Mobiliteit in Cijfers Auto’s van de Bovag en Rai Vereniging. De Rijksoverheid genereert inkomsten uit accijns op brandstoffen, assurantiebelasting op autoverzekeringen, motorrijtuigenbelasting, verkeersboetes en de BTW op brandstof, reparatie, onderhoud en verkeersopleidingen. Provincies ontvangen opcenten in de motorrijtuigenbelasting.

Gemeenten verdienen aan parkeergelden. Deze inkomsten bij elkaar opgeteld komt neer op een totaal van bijna 20 miljard, dat verdiend wordt aan de automobilist. Omgerekend zo’n 2141 euro per voertuig per jaar. Terwijl de uitgaven van het Rijk voor verkeersvoorzieningen vorig jaar 5,2 miljard euro bedroeg, inclusief werk aan het spoor.
 

Nekslag voor cultureel rijdend erfgoed

Behalve het (gedeeltelijk) verdwijnen van de vrijstelling motorrijtuigenbelasting voor oldtimers en de verhoging van de brandstof accijnzen kreeg de oldtimerliefhebber afgelopen jaar al met meer zaken te maken, dat het hobbyplezier deed afnemen. Zo verhoogde de overheid per januari 2013 de assurantiebelasting van 9,7 naar 21%, verhoogden verzekeringsmaatschappijen drastisch de premies van de oldtimerverzekering en werden de acceptatienormen aangescherpt ten gevolge van de fors gestegen schadelast.

Om een verzekeraar te vinden met een lage oldtimerpremie, de gewenste dekking en gunstige polisvoorwaarden wordt steeds lastiger. Om nog maar niet te spreken over de uitsluitingen; zo accepteert de Europeesche geen oldtimers meer die niet in een afgesloten stalling geparkeerd staan, weigert Avéro oldtimers op LPG of diesel en verzekert Nationale Nederlanden geen oldtimers meer als er niet een eerste gebruiksauto is. Verder worden bepaalde automerken uitgesloten van de oldtimerverzekering, mogen er minder kilometers per jaar met de oldtimer worden gereden, worden oldtimers onder de 25 jaar niet meer als oldtimer aangemerkt, en moet er een merkenclub zijn van het merk van de oldtimer.
Meer over de veranderingen en consequenties voor de oldtimerliefhebber leest u hier;
 Oldtimerbezitters zwaar gedupeerd.

Verslagenheid onder oldtimerbezitters

om verslechtering MRB regeling

 

Den Haag -Tussen de staatssecretaris Weekers van Financiën en de oldtimeralliantie is alsnog een akkoord gesloten over de motorrijtuigenbelasting voor oldtimers. Dit meldt het ministerie van Financiën in een brief aan de Tweede Kamer.

De nieuwe plannen zouden inhouden dat de leeftijdgrens voor belastingvrije benzineauto's verhoogd zal worden naar 40 jaar. Voor auto's die op benzine rijden en ouder zijn dan 26 jaar, komen in aanmerking voor het 'kwarttarief' (met een maximum van 120 euro per jaar).

Voor dieselauto’s en auto’s met een ingebouwde LPG-installatie geldt geen overgangsregeling. Dat betekent dat voor personenauto’s en bestelauto’s rijdend op diesel of met een ingebouwde LPGinstallatie en die jonger zijn dan 40 jaar het volle MRB-tarief verschuldigd is. Indien auto’s met ingebouwde LPG-installatie in originele staat worden hersteld, kan voor deze auto’s de overgangsregeling voor benzineauto’s van toepassing worden.
Motorfietsen en bedrijfswagens komen wel in aanmerking voor het kwarttarief.

Met de nieuwe plannen zou er 28 miljoen euro minder in de schatkist komen dat Weekers had beraamd. Ondanks dit gaat de nieuwe regeling voor oldtimers de regering rond de 125 miljoen euro opleveren. De staatsecretaris zal zijn plannen schriftelijk bij de Tweede Kamer indienen.

Schade enorm

Door de wijziging zullen veel autobedrijven over de kop gaan en personeel op straat komen te staan. Daarnaast is en zal de markt voor oldtimers nog verder in elkaar zakken. Dat houdt in dat liefhebbers die duizenden euro's in hun liefhebberij hebben gestoken, letterlijk hun hobby en geld in rook zien opgaan, dit terwijl ze daarvoor wel jaren lang hebben gespaard en netjes hun btw hebben afdragen aan onderdelen en reparaties.

Veel boosheid
Op diverse autoforums van veel automerken heerst verslagenheid. Ene meneer de Haan reageert: ''Valse hoop voor de minister , de meeste auto's tussen de 25 en 40 jaar verdwijnen van de straat , mijn hobby naar de "kloten" gelukkig heb ik nog een belasting vrije brommer ,(niet verder vertellen hoor , het is een vervuilende tweetakt), ik hoop van harte dat de tweede kamer meer ballen heeft dan de KNAC en de Fehac en dit voorstel naar de prullenmand stuurt''.

 

 

Kamerbrief alternatieven afschaffing vrijstelling MRB oldtimers

Tijdens het overleg van 17 april jl.

heeft staatssecretaris Weekers van Financiën toegezegd een poging te doen om met de oldtimerbranche tot overeenstemming te komen teneinde het hobbymatig gebruik van rijdend cultureel erfgoed te ontzien.

Met deze brief informeert de staatssecretaris de Kamer zodat de oldtimerbranche zo snel mogelijk duidelijkheid krijgt over de fiscale behandeling van de oldtimer met ingang van 1 januari 2014.

Het wilde maar niet boteren tussen staatsscretaris Weekers en de oldtimerliefhebbers/belastingprofiteurs.

Vorige week zat het overleg nog muurvast, maar vandaag werd de hulp van super-Jan-Kees de Jager ingeroepen, en voila: er schijnt binnen een dag overeenstemming te zijn.

Officieel is er nog niets bekend, maar BNR meldt van bronnen te hebben vernomen dat men er uit is.

De leeftijdsgrens voor belastingvrije benzineauto’s wordt opgetrokken naar 40 jaar (en dus geen 30 jaar).

Voor benzineauto’s die tussen de 26 en 40 jaar oud zijn komt er een kwarttarief (maximaal 120 euro, ook voor bedrijfswagens en motoren), op voorwaarde dat er van december tot en met februari niet gereden wordt.

De oude schorsingsregels blijven wel van kracht.

Oudjes op diesel en LPG gaan ook naar een grens van 40 jaar, echter voor deze wagens komt geen overgangsregeling.

Een eventuele dagenkaart is uit de plannen geschrapt.

Oldtimervereniging KNAC realiseert zich dat hiermee het onderste uit de kan is gehaald, en schijnt de plannen te accepteren.

Ook Weekers heeft water bij de wijn gedaan, hetgeen resulteert in een opbrengst die 28 miljoen lager ligt dan gewenst.

De keerzijde van de medaille is dat er alsnog ongeveer 125 miljoen euro wordt binnengehaald.

 

 

 

OUD NIEUWS

Regeling oldtimers versoepeld ?

Toegevoegd: woensdag 24 apr 2013, 22:03 
Update: woensdag 24 apr 2013, 22:16

De afspraken uit het regeerakkoord over motorrijtuigenbelasting voor oldtimers worden versoepeld.

Dat is het gevolg van een akkoord dat staatssecretaris Frans Weekers (Financiën) heeft gesloten met een aantal brancheverenigingen die de belangen van eigenaren van oldtimers vertegenwoordigen.

Weekers schrijft dat in een brief aan de Kamer zie hieronder.

De leeftijdsgrens voor belastingvrije benzineauto's gaat naar 40 jaar.

Voor benzineauto's ouder dan 26 jaar komt er een zogeheten 'kwarttarief', met een maximum van 120 euro per jaar.

Diesels en lpg-auto's zijn uitgezonderd van het kwarttarief.

Verder komt er een overgangstermijn voor personen- en bestelauto's die rijden op benzine, voor motorfietsen, bussen en vrachtauto's ouder dan 26 jaar.

 

33402 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten
(Belastingplan 2013)
Nr. 55 Brief van de staatssecretaris van Financiën
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 april 2013
1. Aanleiding
Hierbij wil ik voldoen aan mijn toezegging om in april een brief aan uw
Kamer te sturen betreffende het gebruik van oldtimers1
, waarin tevens wordt
ingegaan op diverse moties en toezeggingen met betrekking tot oldtimers in
relatie tot de motorrijtuigenbelasting (MRB). Deze brief bespreekt een aantal
alternatieven, die zowel het dagelijks gebruik van de oldtimer ontmoedigen,
maar tegelijkertijd mensen die de oldtimer hobbymatig gebruiken tegemoet
komen ten opzichte van de in het Regeerakkoord opgenomen volledige
afschaffing van de vrijstelling voor de MRB voor oldtimers.2 Deze
alternatieven heb ik ook besproken met vertegenwoordigers van de
oldtimerbranche. Helaas heeft dit niet tot de beoogde overeenstemming geleid.
De door de oldtimerbranche voorgestane alternatieven, die overigens ook in de
brief worden besproken hadden budgettaire consequenties die in deze tijden
financieel onverantwoord zijn. Het kabinet is van mening dat deze rekening
eenvoudig weg niet kan worden neergelegd bij de overige weggebruikers of de
samenleving als geheel. De varianten die met de oldtimerbranche zijn
besproken wil ik met uw Kamer delen. Ik zal daarbij de (financiële)
consequenties schetsen die hieraan verbonden zijn.
Het kabinet heeft hiermee zijn bereidheid getoond om mee te denken in de
mogelijkheden voor een in budgettaire termen aanvaardbaar alternatief
waarvan de uitwerking kon worden meegenomen in het Belastingplan 2014
c.a. De keerzijde daarvan is dat het stranden van het overleg tot gevolg heeft
dat de voorgenomen volledige afschaffing van de vrijstelling, zoals
aangekondigd in het Regeerakkoord, zal worden uitgewerkt in het
Belastingplan 2014. Het kabinet laat het aan de Kamer over deze afschaffing
af te wegen tegen de besproken alternatieven met de oldtimerbranche, waarbij
de Kamer zich ervan bewust moet zijn dat de alternatieven ook moeten
worden voorzien van budgettaire dekking. Hierbij is het goed om in
1 Handelingen II 2012/13, TK nr. 23, item 14, blz. 108.
2 Kamerstuk 33 402, nr. 46, blz. 77.ogenschouw te nemen wat een individuele oldtimerbezitter gemiddeld kwijt
zou zijn bij de voorgenomen afschaffing van de vrijstelling.
Bij volledige afschaffing van de vrijstelling zou de motorrijtuigenbelasting
voor de gemiddelde oldtimer3 van 30 jaar en ouder neerkomen op de volgende
bedragen (per jaar):
o Ruim 135 000 benzineauto’s: € 300 (€ 550 inclusief provinciale
opcenten)
o Ruim 17 000 dieselauto’s: € 1.776 (€ 2396 inclusief provinciale
opcenten)
o Ruim 32 000 LPG-auto’s: € 1.460 (€ 1900 inclusief provinciale
opcenten)
Deze cijfers, waarbij voor de aantallen voertuigen rekening is gehouden dat
een deel van de oldtimerbezitters zal kiezen voor schorsing, laten zien dat voor
de grootste groep, de benzineauto’s, de MRB beperkt is. Met name voor de
dieselauto’s maar ook voor de LPG-auto’s zal een relatief hoge MRB
verschuldigd zijn. Hier staat echter wel een lagere dieselaccijns
respectievelijk LPG-accijns tegenover. Hierbij zij ook bedacht dat oudere
diesel- en in mindere mate LPG-auto’s vervuilende auto’s zijn. Het betreft
namelijk voornamelijk LPG-auto’s die voorzien zijn van ingebouwde (nietauthentieke) G2-installaties.4 Deze groep LPG-oldtimers heeft echter wel de
mogelijkheid om de auto in originele staat te herstellen, zodat die weer als
benzineauto wordt aangemerkt.
2. Regeerakkoord en moties
In het Regeerakkoord is afschaffing van de vrijstelling in de MRB voor oldtimers
opgenomen vanwege de milieu- en budgettaire effecten. Deze afschaffing levert
€ 153 miljoen structureel op. Tijdens de behandeling van het Belastingplan 2013 in
uw Kamer zijn er enkele moties op dit punt ingediend. In de eerste plaats betreft
dit de motie Bashir5, waarin de regering wordt verzocht om de Tweede Kamer in
het voorjaar van 2013 een aantal voorstellen te doen waardoor dagelijks gebruik
van de oldtimer wordt ontmoedigd, maar de vrijstelling van MRB voor mensen die
de oldtimer hobbymatig gebruiken, in stand kan worden gehouden. In de tweede
plaats gaat het om de motie Van Vliet6, waarin de regering wordt verzocht om een
oplossing te zoeken die bezitters van oldtimers in enige vorm in staat stelt hun
voertuig niet op te hoeven geven. Daarnaast is bij de begrotingsbehandeling van
het ministerie van Infrastructuur en Milieu een motie ingediend door het TK-lid Van
Veldhoven7 met als strekking het afzien van een leeftijdsgrens voor voertuigen.
3 Uitgaande van de MRB voor 2013 toegepast op oldtimerpersonenauto’s met een gemiddeld gewicht – 1122 kg
voor een benzine-, 1984 kg voor een diesel- en 1428 kg voor een LPG-auto, exclusief opcenten.
4 De G2-installatie is de tweede generatie LPG systemen. De apparatuur kan gelijk zijn aan de derde generatie
LPG-systemen, maar voldoet niet aan de Europese emissie-eisen die gelden voor G3 of zijn niet getest bij een
erkende keuringsinstantie.
5 Kamerstuk 33 402, nr. 33.
6 Kamerstuk 33 402, nr. 39.In reactie op deze moties heb ik toegezegd samen met de Minister van
Infrastructuur en Milieu te zoeken naar een oplossing waarin we het mobiel
erfgoed dat een beperkt aantal keren per jaar op de weg rijdt ontzien, maar
tegelijkertijd wel de auto’s belasten die niet aan het jarencriterium van de huidige
oldtimerregeling voldoen en die vrijwel dagelijks in het verkeer worden gebruikt.
Uiteraard moet sprake zijn van een goed uitvoerbare oplossing die niet leidt tot
noemenswaardige extra uitvoeringskosten.8 Gelet op het voorgaande wil ik eerst
ingaan op de vraag wat de gevolgen zouden zijn bij uitvoering van het
Regeerakkoord, vervolgens komen alternatieven aan de orde.
3. Uitvoering Regeerakkoord
De vrijstelling van de motorrijtuigenbelasting voor oldtimers geldt sinds 1 januari
2012 voor motorrijtuigen van 30 jaar en ouder. Voorheen gold een leeftijdsgrens
van 25 jaar en ouder. Er is een overgangsregeling getroffen.9 Uit de brieven die
mij bereiken, blijkt dat een en ander niet altijd duidelijk is. De overgangsregeling
ziet er momenteel als volgt uit:
Verschuiving van de mrb-vrijstelling voor oldtimers
Eerste registratie Leeftijd Belastingvrij in
In 1986 25 jaar oud 2011 (volledige
vrijstelling)
In 1987 26 jaar geleden in gebruik
genomen
2013*
In 1988 27 jaar geleden in gebruik
genomen
2015*
In 1989 28 jaar geleden in gebruik
genomen
2017*
In 1990 29 jaar geleden in gebruik
genomen
2019*
In 1991 30 jaar geleden in gebruik
genomen
2021*
Voor motorrijtuigen, strekt de vrijstelling zich niet langer uit tot een eventuele
brandstoftoeslag. Concreet betekent dit dat personenauto’s en bestelauto’s van
particulieren die rijden op diesel en LPG en de komende jaren voor het eerst in
aanmerking komen, nog wel de diesel- en LPG-toeslag in de MRB betalen
maar niet het basisbedrag. Tevens zullen ze vrijgesteld zijn van de provinciale
opcenten.
Het aantal oldtimers is de afgelopen jaren substantieel toegenomen, zoals uit
onderstaande figuur 1 blijkt. Op 1 januari 2012 maakten oldtimers circa 4
procent van het wagenpark uit. Wat opvalt is dat auto’s met bouwjaar 1986,
7 De regering wordt verzocht de regeling zorgvuldig vorm te geven om grote derving van inkomsten voor de
staatskas en misbruik te voorkomen en om bij het uitwerken van de regeling af te zien van een leeftijdsgrens voor
voertuigen. Kamerstuk 33400-XIII, nr. 30.
8 Kamerstuk 33 402, nr. 4.
9 Voor voertuigen die op 31 december 2011 al 25 jaar of ouder zijn en op grond van de huidige regelgeving voor de vrijstelling in aanmerking
komen, wordt een overgangsregeling getroffen. Hoewel deze auto’s nog niet voldoen aan de termijn van 30 jaar, behouden zij ook na 31
december 2011 de huidige vrijstelling, inclusief eventuele brandstoftoeslag.
Daarnaast wordt een overgangsregeling getroffen voor voertuigen die de komende jaren de leeftijd van 25 jaar bereiken en bij handhaving van de
25-jaarsgrens al eerder in aanmerking zouden zijn gekomen voor de vrijstelling. Voertuigen die in 1987 voor het eerst in gebruik zijn genomen
komen na 26 jaar in aanmerking voor de vrijstelling. Voor voertuigen uit 1988 ligt de grens bij 27 jaar, voor voertuigen uit 1989 bij 28 jaar en
voor voertuigen uit 1990 bij 29 jaar. Voor voertuigen die voor het eerst in gebruik zijn genomen na 1990 is de algemene grens van 30 jaar van
toepassing. De overgangsbepaling verliest op 1 januari 2021 haar belang en wordt per die datum weer ingetrokken. Kamerstuk 33 007, nr. 10.maar ook met bouwjaar 1985 en 1984, relatief sterk zijn vertegenwoordigd in
het autopark. Verder valt op dat van de dieselauto’s het grootste deel recent is
geïmporteerd (bijna 75 procent van de dieselauto’s met bouwjaar 1986).
De milieueffecten van afschaffing van de vrijstelling MRB voor oldtimers zijn
in kaart gebracht door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)10
.
Uitgaande van de CBS-cijfers blijkt het aantal en het gebruik van relatief
vervuilende ‘oldtimers’ – personenauto’s van 25 jaar en ouder – toe te nemen.
De milieueffecten worden bepaald door het aantal oldtimers en het totaal
aantal kilometers waarbij het niet uitmaakt of het een oldtimer van 25 jaar of
40 jaar oud is, wel is de gebruikte brandstof relevant. Vooral recent
geïmporteerde oldtimers rijden relatief veel kilometers, wat erop duidt dat ze
niet alleen voor recreatief, maar vooral voor dagelijks verkeer worden
gebruikt.
Figuur 1. Bron PBL
Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft de maatregelen in het
regeerakkoord doorgerekend. Hierbij is steeds uitgegaan van de milieueffecten
in 2015, waardoor in de berekening nog niet het volledige effect is bereikt van
afschaffing in 2014. In de jaren daarna zal volgens deze berekening het effect
10 Rapport “Milieu-effecten van oldtimers” van PBL en TNO van 1 augustus 2012 alsmede het PBL-rapport de “Analyse van de milieu- en
natuureffecten van Bruggen slaan – Een quick-scan” van 9 november 2012.verder oplopen in termen van een lagere NOx-emissie en een lagere
fijnstofemissie (PM10). Met de maatregel wordt een bijdrage geleverd aan het
wegnemen van hardnekkige knelpunten op het vlak van NO2 in een aantal
binnensteden.
4. Alternatieven
Met vertegenwoordigers van de oldtimeralliantie, te weten de FEHAC, FOCWA,
KNAC, ANWB, RAI en BOVAG is verschillende keren constructief ambtelijk overleg
gevoerd en op 10 april heb ik zelf een overleg belegd. Hoewel dit overleg door alle
partijen als constructief is ervaren, bleek het helaas niet mogelijk om gezamenlijk
tot een oplossing te komen.
Insteek voor een alternatief dient mijns inziens te zijn:
- In geval van beperkt gebruik van de weg oldtimers ontzien;
- Het belasten van oldtimers die veel kilometers maken;
- Uitvoerbare oplossing;
- Beperkt budgettair beslag.
De volgende alternatieven voor personenauto’s en bestelauto’s zijn in het overleg
met de oldtimeralliantie aan de orde geweest, waarbij ook de mogelijkheden van
een ingroeivariant en een maximum-MRB bedrag voor diesel- en LPG-oldtimers
zijn verkend:
1. Variant ingebracht door de alliantie: Dit betreft het voorstel om de
leeftijdsgrens voor de MRB-vrijstelling per 1 januari 2014 in één keer te
verhogen naar auto’s van 30 jaar en ouder en heffen van LPG-toeslag en
dieseltoeslag in de structurele situatie.
Deze variant gaat gepaard met een zeer groot budgettair beslag dat ten
opzichte van Regeerakkoord richting € 153 mln loopt. Voordeel van de variant
is dat leeftijdsgrens van 30 jaar versneld wordt gerealiseerd. Nadeel van de
variant is dat het structureel op hoofdlijnen overeenkomt met handhaving van
de huidige vrijstelling. Deze variant is uitvoerbaar. Deze variant doet weinig
om het gebruik van vervuilende auto’s terug te dringen.
2. Variant vrijstelling benzineauto’s van 30 jaar en ouder en vrijstelling van
diesel- en LPG-auto’s van 40 jaar en ouder; Deze variant gaat gepaard met
een groot budgettair beslag, te weten € 30 mln. en is uitvoerbaar en leidt tot
minder gebruik door diesel- en LPG-auto’s jonger dan 40 jaar aangezien zij
onder de reguliere MRB vallen. Bezwaar van deze variant is dat er geen rem zit
op het aantal kilometers. Voor motoren en vrachtauto’s en dergelijke komt
daar nog een budgettair beslag van € 6 mln. bovenop, waardoor het totale
budgettaire beslag op € 36 mln. uitkomt.
3. Gelijk aan variant 2, maar dan met kwarttarief voor benzine van 30 jaar en
ouder en kwarttarief voor diesel- en LPG-auto’s van 40 jaar en ouder. Een 25%
MRB-tarief (inclusief opcenten) voor benzineauto’s van 30 jaar en ouder en
voor diesel en LPG-auto’s van 40 jaar en ouder. Deze variant kost € 16 mln. en
is uitvoerbaar. Een subvariant hiervan is dat het kwarttarief niet wordt
geheven over de brandstoftoeslag en dan kost deze variant € 19 mln. Deze
subvariant is alleen uitvoerbaar indien op korte termijn een besluit vallen. Degroep auto’s die veel kilometers maakt, diesel- en LPG-auto’s jonger dan 40
jaar, vallen onder de reguliere MRB. Bezwaar van deze variant is dat er geen
rem zit op het aantal kilometers. Voor motoren en vrachtauto’s en dergelijke
komt daar nog een budgettair beslag van € 3 mln. bovenop, waardoor het
totale budgettaire beslag op € 19 mln. respectievelijk 22 mln. uitkomt.
4. Vrijstelling voor voertuigen ouder dan 40 jaar. Deze variant kost € 15 mln.
Deze variant is uitvoerbaar en leidt tot minder gebruik door benzine, diesel- en
LPG-auto’s jonger dan 40 jaar aangezien zij niet langer onder de vrijstelling
vallen. Voor motoren en vrachtauto’s en dergelijke komt daar nog een
budgettair beslag van € 1 mln. bovenop, waardoor het totale budgettaire
beslag op € 16 mln. uitkomt.
5. Een 30-dagenkaart voor auto’s van 30 jaar en ouder;
Deze variant houdt in dat voor een personenauto of bestelauto van 30 jaar en
ouder gekozen kan worden voor een 30-dagenkaart. De dagenkaart is alleen
toegankelijk voor een oldtimer indien tegelijkertijd schorsing voor een
kalenderjaar wordt aangevraagd. In beginsel is de oldtimer geschorst (in ieder
geval voor de MRB) met uitzondering van de dagen waarop men met de
oldtimer van de weg gebruik maakt nadat de bewuste dag op de dagenkaart
digitaal van te voren is aangevinkt. De dagenkaart is gekoppeld aan de
oldtimer en geldt voor een kalenderjaar. Aangezien de 30-dagenkaart wordt
gekoppeld aan schorsing door de RDW, is het bedrag voor schorsing aan de
RDW verschuldigd. Daarnaast zal een vast bedrag aan MRB voor de
dagenkaart verschuldigd zijn dat in de orde van grootte van € 100 zal liggen.
De dagenkaart kan worden uitgevoerd door de RDW. Naast de dagenkaart
heeft men ook de keuze om de reguliere MRB te betalen of de oldtimer te
schorsen. Inherent aan deze variant is dat voor oldtimers die het gehele jaar
op de openbare weg worden gestald, MRB moet worden betaald. In de regel
zal het dan niet gaan om een kostbare oldtimer. Mede gelet op een aantal
grote projecten dat thans loopt bij de RDW, is nu nog niet duidelijk of de
dagenkaart per 1 januari 2014 in werking kan treden. Deze variant leidt wel
tot enige stijging van de structurele uitvoeringskosten, omdat extra toezicht
noodzakelijk is. Toezicht zou plaats moeten vinden op basis van
camerabeelden. Het budgettaire beslag van deze variant komt uit op € 11 mln.
Voor motoren en vrachtauto’s en dergelijke komt daar nog een budgettair
beslag van € 3 mln. bovenop door uit te gaan van invoering van het
kwarttarief, waardoor het totale budgettaire beslag op € 14 mln. uitkomt.
6. Een heffing op basis van gereden kilometers voor 30 jaar en ouder;
Deze variant lijkt geen reële optie aangezien dit de invoering van ‘kastjes’ in
oldtimers vergt. Dit kan niet op instemming van de oldtimeralliantie rekenen
(kostenaspect en aantasting authenticiteit). Daarnaast zorgt dit voor
administratieve lasten en bovendien substantiële uitvoeringskosten voor de
Belastingdienst.
Naar mijn oordeel beantwoorden de varianten 3 en 5 en in wat mindere mate 4
aan de eerder genoemde criteria. Voor alle varianten geldt overigens dat
duidelijkheid op korte termijn noodzakelijk is om invoering per 1 januari 2014voor Belastingdienst mogelijk te maken. Deze duidelijkheid zou vóór 1 mei
geboden moeten worden, daarom hoop ik op korte termijn met uw Kamer tot
een passende invulling van de aangenomen moties te komen.
Voor de andere voertuigcategorieën - motoren, bussen, vrachtauto’s – ligt een
kwarttarief het meest voor de hand, de budgettaire derving hiervan is enkele
miljoenen. Voor bussen en vrachtauto’s kan uiteraard ook gebruik worden gemaakt
van de huidige evenementenregeling. Een dagenkaart voor deze categorieën is niet
opportuun: de meeste rijden nu al weinig en zullen dat ook blijven doen met de
introductie van een dagenkaart. De extra administratieve lasten en de kosten van
toezicht kunnen derhalve beter bespaard worden. Een kwarttarief is een efficiënter
alternatief.
De staatssecretaris van Financiën,
F.H.H. Weeker

welkom bij transporterteam.tk

Deze website is gebouwd door DBbv (Dennis) www.taxidennis.nl alle rechten aan Dennis